Toetsing kan plaatsvinden in een spreekbeurt, als mondelinge overhoring, practicum, schriftelijke overhoring, proefwerk, verslag, werkstuk, scriptie en mogelijk in nog meer vormen. De beoordeling wordt gewoonlijk gegeven in een cijfer op een schaal van 1 tot 10, meestal in één decimaal. Daarbij behoort de docent te vermelden hoe het resultaat meeweegt in het rapportcijfer.
Voor toetsen in de klassen 1, 2 en 3, die een forse portie voorbereiding vergen en een hoge wegingsfactor hebben, geldt een proefwerkrooster en -regeling.
Voor de klassen Mavo 3, Havo 4 en Atheneum 4 en 5 wordt de toetsstof bepaald in een spoorboekje met regels en een toetsoverzicht. Daarnaast geldt voor deze klassen een proefwerkrooster.
Voor de eindexamenklassen geldt het PTA, waarin een overzicht staat van de toetsstof en ook de regels zijn opgenomen die voor dat PTA gelden.
Het PTA wordt vóór 1 oktober aan de leerlingen verstrekt.
De klassen Mavo 4, Havo 5 en Atheneum 6 ontvangen per toetsperiode een SE-rooster.
Proefwerkregeling
- Proefwerken worden afgenomen tijdens vaklessen of ingeroosterde proefwerkuren.
- Er mogen niet meer dan drie (leer-)proefwerken per week opgegeven worden en niet meer dan één op een dag. Inhaalproefwerken vallen daar niet onder. In de klassen Mavo 3, Havo 4 en Atheneum 4 en 5 kan het soms voorkomen dat er meer dan 3 proefwerken per week worden afgenomen. Dit valt niet altijd te vermijden. In deze klassen vallen de proefwerken die geen voorbereiding vergen buiten de genoemde regeling.
- Docenten moeten de proefwerken opgeven volgens een proefwerkrooster dat aan de leerlingen wordt uitgereikt.
- Telt het rooster voor een klas minder dan drie proefwerken per week, dan mag een docent een open plaats invullen, in overleg met de klas en de proefwerkroostermaker.
- Op het rooster zijn ook de proefwerkloze dagen en weken vermeld die in de betreffende periode voorkomen.
- De stof voor een proefwerk moet tenminste één week van tevoren worden opgegeven. Leerlingen hebben de plicht hun docenten hierop te attenderen.
- In de les voorafgaand aan het proefwerk mag geen nieuwe stof worden behandeld die ook in het proefwerk wordt getoetst.
- Een docent mag geen proefwerk geven als het vorige, van vergelijkbare aard, nog niet is beoordeeld en teruggegeven.
- In Brugklas 1 mag tot het kerstrapport elk proefwerk met een cijfer lager dan 6.0 worden herkanst. Als nieuw cijfer geldt het gemiddelde van het eerste cijfer en dat van de herkansing. Recht op herkansing kan door absentie verspeeld worden.
- Wie door afwezigheid een proefwerk niet kan maken moet dit vooraf persoonlijk of telefonisch (laten) melden, aan de betreffende docent en bij centrale proefwerken bij de coördinator.
- Wie een proefwerk door geoorloofde afwezigheid niet heeft kunnen maken moet dit, in overleg met de docent, binnen 3 weken na terugkeer op school inhalen op een vrijdagmiddag het 7e lesuur. Voor Havo 4 en Atheneum 4 en 5 geldt voor het inhalen de regeling zoals vermeld in het spoorboekje.
- Een leerling die zich voor een proefwerk niet afgemeld heeft, of een proefwerk niet op tijd heeft ingehaald, moet het maken op de laatste lesdag voor de eerstvolgende vakantie. Voor Havo 4 en Atheneum 4 en 5 geldt het spoorboekje.
- Een leerling die ook met inachtneming van de regels 9, 10 en 11 niet in staat is geweest de vereiste proefwerken te maken kan niet regulier bevorderd worden. De docentenvergadering kiest dan tussen een afwijzing, een herexamen of bevordering buiten de normen om.
- Voor het inleveren van werkstukken die tenminste zo zwaar wegen als proefwerken, dienen ook proefwerkdata te worden gebruikt. Voor Havo 4 en Atheneum 4 en 5 geldt het spoorboekje.
- In gevallen waarin deze regeling niet voorziet dient te worden overlegd met de coördinator en zo nodig met de schoolleiding.