H.N. Werkman College: elke dag jezelf! - Rapportage
Leerlingen » Rapportage   
Rapportage

Rapporten van klas 1, 2 en 3 worden uitgereikt in december, maart/april en juni/juli. Voor Havo 4 en Atheneum 4 en 5 worden de rapporten na de toetsperioden 1 en 3 verstuurd en na toetsperiode 2 uitgereikt.

Op de rapporten staan vier soorten gegevens vermeld: 

  1. Gewogen gemiddelden van toetsresultaten per vak, op de schaal van 1 tot en met 10, in 1 decimaal. Een rapportcijfer moet zo mogelijk zijn gebaseerd op tenminste twee schriftelijke toetsen. Dit geldt niet voor vakken waarbij schriftelijke toetsing ongebruikelijk is. 
  2. Observatiecodes voor leergedrag in 4 categorieën: Begrip, Tempo, Huiswerk en Werkhouding, uitgedrukt in de volgende tekens:
    * = zeer goed
    = goed
    / = twijfelachtig; de prestaties wisselen of liggen nèt beneden de norm
    - = onvoldoende
    Als er niets bijzonders opgemerkt is, wordt geen codeteken vermeld. Dit kan gelezen worden als ‘voldoende’. 
  3. Opmerkingen: aansporingen en/of kritische kanttekeningen naast cijfers en codes.
  4. Gegevens over absentie in twee categorieën: Geoorloofd en Ongeoorloofd.

Tussenbalans
Twee keer in het schooljaar, halverwege de eerste en de derde rapportperiode wordt voor niet-examenklassen -behalve voor Havo 4 en Atheneum 4 en 5 - een ‘tussenbalans’ opgemaakt. Dit geldt niet voor de vakken Mu, Te, Ha, Dr, CKV, KuA, O&O en LO. Het gaat hierbij om een interne rapportage van de resultaten tot dusver. De gegevens van de tussenbalans worden niet op een rapport vermeld, maar wel door de mentoren met de leerlingen en zo nodig ook met de ouders besproken. Het gaat niet zozeer om de resultaten per vak, maar om een globaal beeld. Als dat niet overeenstemt met de verwachtingen, dan wordt contact opgenomen met de ouders of verzorgers.

 

Gele kaart
Alle leerlingen, behalve van de klassen met een spoorboekje of een PTA, krijgen elke rapportperiode een (gele) kaart uitgereikt waarop zij gemaakte toetsen, resultaten en wegingsfactoren in kunnen vullen. De leerlingen moeten deze kaart altijd bij zich hebben. Door deze continue rapportage kunnen zij, hun ouders en de mentor op elk moment van het schooljaar een goed overzicht van de stand van zaken krijgen.

 

Eindrapport

  1. In Brugklas 1 wordt geen eindrapport samengesteld omdat er geen bevordering of afwijzing plaats vindt. '
  2. Aan het einde van het schooljaar wordt voor alle niet-examenklassen hoger dan Brugklas 1 naast een derde rapport, een eindrapport vastgesteld. Dit laatste rapport vermeldt alleen hele cijfers, op de schaal van 1 tot en met 10. 
  3. De eindcijfers worden berekend op basis van het gewogen gemiddelde en afgerond. 
  4. Bij een aantal vakken wordt de jaarbeoordeling uitgedrukt in de letters O, V of G:
    O = onvoldoende
    V = voldoende
    G = goed
  5. De rapportcijfers voor de tweede klassen en hoger worden bepaald aan de hand van het gewogen gemiddelde van alle cijfers die tot op dat moment zijn behaald. 
  6. Het laatste, op 1 decimaal afgeronde rapportcijfer in Havo 4 en Atheneum 5 geldt als SE-resultaat. De sectie bepaalt hoe zwaar dit resultaat weegt voor het eindcijfer SE, dat aan het eind van de eindexamenklas wordt vastgesteld. Bij weging 0 telt het SE-resultaat niet mee.
  7. Het afgeronde eindcijfer in Havo 4 en Atheneum 4 en 5 telt als resultaat voor de overgang naar de eindexamenklas.


Copyright (c) 2009 H.N. Werkman College